Aan-Slag - Administratie en Belastingadvies

Wijziging kleine ondernemersregeling BTW bij omzet tot € 20.000

Het kabinet stelt voor om de huidige kleineondernemersregeling in de Wet op de omzetbelasting 1968 te moderniseren door de introductie van een facultatieve omzetgerelateerde vrijstellingsregeling van omzetbelasting.

Het gaat daarbij om de omzet die een in Nederland gevestigde ondernemer behaalt met goederenleveringen en diensten die belastbaar zijn in Nederland, ongeacht het van toepassing zijnde tarief en ongeacht of de heffing is verlegd naar zijn afnemer.

Een facultatieve omzetgerelateerde vrijstelling maakt de heffing van btw bij ondernemers met een geringe belaste omzet in Nederland een stuk eenvoudiger. De complexiteit wordt verminderd, doordat handmatige (her)berekeningen, die noodzakelijk zijn voor toepassing van de degressieve vermindering, komen te vervallen. De kans op het maken van fouten neemt hierdoor af.

Ontheffing btw-aangifte

De kern van de nieuwe KOR is dat een ondernemer, die onder de omzetgrens van € 20.000 blijft en ervoor kiest om de nieuwe KOR toe te passen, geen btw in rekening brengt aan zijn afnemers. Daar staat tegenover dat hij de btw die andere ondernemers aan hem in rekening brengen niet in aftrek kan brengen. Ondernemers die voor toepassing van de nieuwe KOR kiezen, zijn als hoofdregel ontheven van het doen van btw-aangifte en de daarbij horende administratieve verplichtingen met betrekking tot de door hen verrichte goederenleveringen en diensten in Nederland. Dit geldt ook voor intracommunautaire leveringen die deze ondernemer vanuit Nederland verricht. Wel gelden administratieve verplichtingen en kan de KOR-ondernemer btw verschuldigd zijn en btw-aangifte moeten doen als de heffing van btw naar hem is verlegd, bijvoorbeeld omdat de leverancier niet in Nederland is gevestigd.