<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Sandra Gerritsen &#8211; Aan-Slag administratie en belastingadvies</title>
	<atom:link href="https://www.aan-slag.nl/author/aan-slag/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.aan-slag.nl</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Mon, 29 Jul 2019 14:03:04 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	

<image>
	<url>https://www.aan-slag.nl/wp-content/uploads/2016/02/cropped-aanslag-favicon-32x32.png</url>
	<title>Sandra Gerritsen &#8211; Aan-Slag administratie en belastingadvies</title>
	<link>https://www.aan-slag.nl</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>Minimumuurloon zzp&#8217;ers vanaf 2021 € 16</title>
		<link>https://www.aan-slag.nl/belastingadvies/minimumuurloon-zzpers-vanaf-2021-e-16/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Sandra Gerritsen]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 29 Jul 2019 14:03:02 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Belastingadvies]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.aan-slag.nl/?p=3090</guid>

					<description><![CDATA[Zzp’ers gaan vanaf 2021 minimaal 16 euro per uur verdienen. Het kabinet wil met dit minimumtarief tegengaan dat mensen werken voor een bedrag waar ze niet van kunnen rondkomen. De zzp’ers die meer dan 75 euro per uur verdienen, krijgen daarnaast de mogelijkheid om een zelfstandigenverklaring te gebruiken. Hiermee kunnen ze vooraf afspreken dat ze [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>Zzp’ers gaan vanaf 2021 minimaal 16 euro per uur verdienen. Het kabinet wil met dit minimumtarief tegengaan dat mensen werken voor een bedrag waar ze niet van kunnen rondkomen.</p>



<p>De zzp’ers die meer dan 75 euro per uur verdienen, krijgen daarnaast de mogelijkheid om een zelfstandigenverklaring te gebruiken. Hiermee kunnen ze vooraf afspreken dat ze als zelfstandige het werk uitvoeren. Als ze aan bepaalde voorwaarden voldoen en hiernaar ook handelen in de praktijk, is de kans op naheffingen uitgesloten. Dit schrijven minister Koolmees van Sociale Zaken en werkgelegenheid, staatssecretaris Snel van Financiën en Keijzer van Economische Zaken en Klimaat vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.&nbsp;</p>



<p>Wie voltijd werkt, moet van die inkomsten kunnen leven. Maar dat geldt momenteel niet voor een deel van de zzp’ers: 8,6 procent van de zzp-huishoudens had in 2017 een inkomen onder het bestaansminimum tegenover 1,6 procent van de werknemers. Het kabinet wil voorkomen dat een&nbsp;dergelijke groep werkende armen ontstaat. Ook maken lage tarieven het voor zzp’ers onmogelijk om te sparen voor werkloosheid en om zich te verzekeren voor ziekte en arbeidsongeschiktheid.</p>



<p>Er komt daarom een minimumtarief van 16 euro per uur. Dit tarief gaat voor alle zzp’ers gelden, zowel voor de mensen met zakelijke als particuliere klanten. Ook komen er geen andere criteria zoals de duur van een opdracht. Waar een zzp’er werkt, of voor hoelang, bepaalt immers niet of een inkomen genoeg is om van te leven.&nbsp;Ook maakt dit het minimumtarief minder complex. Het minimumtarief gaat gelden voor alle uren die een zzp’er aan een opdracht besteedt. Er is rekening mee gehouden dat zzp’ers gemiddeld een derde van hun tijd moeten besteden aan overige werkzaamheden, zoals administratie. Het tarief is exclusief directe kosten die een zzp’er voor een klus maakt. Kosten voor materiaal komen dus bovenop de 16 euro.</p>



<p>De uitwerking van de maatregel voor de onderkant van de zzp-markt is anders dan in het regeerakkoord was afgesproken. Iedereen met een laag tarief zou een dienstverband krijgen. Maar deze afspraak blijkt niet goed te passen in de Europese wetgeving. Met een minimumtarief verwachten de betrokken bewindspersonen ook voldoende bescherming te bereiken voor de zzp’ers met een zwakke positie op de arbeidsmarkt.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Hoge tarieven</h2>



<p>Bij zzp’ers met een tarief boven de 75 euro gaat het kabinet ervan uit dat ze kunnen sparen voor werkloosheid en pensioen en dat ze zich kunnen verzekeren. Het kabinet wil hen meer ruimte geven om te ondernemen. Zij kunnen daarom straks kiezen voor een zelfstandigenverklaring. Hiermee kunnen ze vooraf met hun opdrachtgever afspreken dat ze als ondernemer zelfstandige werken. Om de zelfstandigenverklaring te kunnen gebruiken, mag een opdracht niet langer dan een jaar duren. Ook is een inschrijving in de Kamer van Koophandel nodig.&nbsp;Als zzp’ers aan deze voorwaarden voldoen, lopen ze geen risico op naheffingen zoals de loonheffing. Ook krijgen ze zoveel mogelijk zekerheid over arbeidsrechtelijke gevolgen, pensioen en cao-bepalingen. Dat laatste gaat verder dan wat in het regeerakkoord afgesproken was, maar het kabinet vindt dit nodig om deze zzp’ers en hun opdrachtgevers zoveel mogelijkheid helderheid te geven.</p>



<p>Bovenstaande maatregelen zijn beide onderdeel van de nieuwe wet- en regelgeving die zzp’ers meer duidelijkheid moet geven. Het kabinet wil echte ondernemers meer ruimte geven en tegelijkertijd schijnzelfstandigheid tegengaan. Deze wetgeving is complex, maar vordert gestaag. Het streven is de wetgeving per 2021 in werking te laten treden. Om alle zzp’ers en hun opdrachtgevers meer duidelijkheid te geven over de vraag of een opdracht als zzp’er uitgevoerd mag worden, onderzoekt het kabinet in hoeverre een webmodule die zekerheid kan geven. Momenteel wordt deze webmodule getest met behulp van toekomstige gebruikers, na de zomer zal het kabinet de Tweede Kamer informeren over de resultaten.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Handhaving</h2>



<p>Het kabinet heeft een handhavingsmoratorium ingesteld in afwachting van de nieuwe wetgeving voor het inhuren van zelfstandigen, dat wordt verlengd tot 1 januari 2021. De Belastingdienst en Inspectie SZW zitten in de tussentijd niet stil. De mogelijkheden tot handhaven worden aangescherpt: vanaf 1&nbsp;januari 2020 kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers hun werkwijze binnen een redelijke termijn niet aanpassen na aanwijzingen van de Belastingdienst. Ook komen er extra mensen beschikbaar om meer toezicht te houden. Ook de Inspectie SZW heeft meer capaciteit gekregen toezicht te houden op de arbeidswetgeving, via verschillende programma’s. Daarnaast werken de Belastingdienst en Inspectie SZW intensiever samen zodat signalen van schijnzelfstandigheid sneller worden opgepakt.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Per 1 juli 2019 nieuwe regels  rentemiddeling</title>
		<link>https://www.aan-slag.nl/belastingadvies/per-1-juli-2019-nieuwe-regels-rentemiddeling/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Sandra Gerritsen]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 26 Jul 2019 13:55:02 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Belastingadvies]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.aan-slag.nl/?p=3083</guid>

					<description><![CDATA[Veel huizenbezitters overwegen vanwege de lage rentestand hun hypotheek vervroegd af te lossen of over te sluiten. Met de inwerkingtreding van Europese regelgeving (MCD) is duidelijk welke vergoeding hypotheekaanbieders maximaal in rekening mogen brengen voor vervroegd aflossen. De&#160;leidraad&#160;van de AFM bepaalt dat niet meer in rekening mag worden gebracht dan het financiële nadeel. Het is [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>Veel huizenbezitters overwegen vanwege de lage rentestand hun hypotheek vervroegd af te lossen of over te sluiten. Met de inwerkingtreding van Europese regelgeving (<a href="https://www.afm.nl/nl-nl/professionals/onderwerpen/hypothekenrichtlijn">MCD</a>) is duidelijk welke vergoeding hypotheekaanbieders maximaal in rekening mogen brengen voor vervroegd aflossen. De&nbsp;<a href="https://www.afm.nl/nl-nl/consumenten/nieuws/2017/mrt/vervroegd-aflossen">leidraad</a>&nbsp;van de AFM bepaalt dat niet meer in rekening mag worden gebracht dan het financiële nadeel.</p>



<p>Het is echter onwenselijk dat bij rentemiddeling een hogere vergoeding in rekening mag worden gebracht dan het financiële nadeel. Het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft is daarom vanaf 1 juli 2019 hierop aangepast.</p>



<p>Hierdoor mogen hypotheekaanbieders ook bij rentemiddeling niet meer in rekening brengen dan het financiële nadeel dat zij hebben van de rentewijziging. Omdat er niet vervroegd wordt afgelost zijn de regels voor vervroegd aflossen echter niet een op een van toepassing. Hypotheekaanbieders hoeven bij de berekening geen rekening te houden met de jaarlijkse vergoedingsvrije ruimte voor vervroegd aflossen. Het is verder niet toegestaan om een additionele opslag in rekening te brengen bovenop de nieuwe rente. De vergoeding voor het nadeel wordt bij rentemiddeling niet in een keer door de klant betaald, maar gespreid gedurende de nieuwe rentevaste periode van de hypotheek. Hypotheekaanbieders moeten per 1 juli 2019 de nieuwe regels voor rentemiddeling toepassen.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Fiscus scherpt handhaving wet DBA aan</title>
		<link>https://www.aan-slag.nl/belastingadvies/fiscus-scherpt-handhaving-wet-dba-aan/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Sandra Gerritsen]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 25 Jul 2019 13:52:40 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Belastingadvies]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.aan-slag.nl/?p=3081</guid>

					<description><![CDATA[De Belastingdienst blijft tot 1 januari 2021 toezien op het naleven van de Wet DBA, meldt minister Koolmees (Sociale zaken en werkgelegenheid) aan de Tweede Kamer. Dan moet nieuwe regelgeving in werking treden. Vanaf 1 januari 2020 gaat de fiscus wel harder optreden tegen schijnzelfstandigheid: er wordt niet alleen beboet bij kwaadwillendheid, maar ook bij [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>De Belastingdienst blijft tot 1 januari 2021 toezien op het naleven van de Wet DBA, meldt minister Koolmees (Sociale zaken en werkgelegenheid) aan de Tweede Kamer. Dan moet nieuwe regelgeving in werking treden. Vanaf 1 januari 2020 gaat de fiscus wel harder optreden tegen schijnzelfstandigheid: er wordt niet alleen beboet bij kwaadwillendheid, maar ook bij het te laat of onvoldoende opvolgen van aanwijzingen.</p>



<p>Door de onduidelijkheden in de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) is een moratorium ingesteld voor de handhaving op de juiste kwalificatie van de arbeidsrelatie voor de loonheffingen. De Belastingdienst legt alleen naheffingen en boetes op bij kwaadwillendheid. Het kabinet werkt aan een vervanger voor de Wet DBA: die moet in 2021 van kracht worden, maar het huidige moratorium loopt tot 1 januari 2020. ‘Het kabinet heeft besloten het handhavingsmoratorium te verlengen tot 1 januari 2021’, laat Koolmees weten. ‘De mogelijkheden tot handhaving gedurende het moratorium worden aangescherpt: vanaf 1 januari 2020 kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.’</p>



<h2 class="wp-block-heading">Capaciteit wordt verdubbeld</h2>



<p>Voor de beoordeling van modelovereenkomsten heeft de Belastingdienst bij de inwerkingtreding van de Wet DBA 30 fte beschikbaar gesteld gekregen. In verband met de afbouw van het handhavingsmoratorium (en dus de scherpere controle) krijgt de fiscus er vanaf het vierde kwartaal van dit jaar nog eens 30 fte bij. ‘Deze capaciteit wordt – vanwege de gewenste snelle inzetbaarheid – tijdelijk vrijgespeeld vanuit de bestaande formatie, zodat op korte termijn ervaren controlemedewerkers beschikbaar zijn voor het toezicht op arbeidsrelaties. De vrijgespeelde formatie zal terug worden ingevuld door nieuwe medewerkers te werven. Totdat deze nieuw te werven medewerkers inzetbaar zijn, leidt dit tot minder werkzaamheden in het reguliere toezicht’, geeft de minister aan. Doordat bij een controle DBA niet direct correcties kunnen worden ingeboekt, dalen de verwachte correctieopbrengsten in 2019 en 2020.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Meer uitbreiding</h2>



<p>Volgend jaar komen er nog eens 20 fte bij voor de controle; die zullen volledig extern worden geworven. ‘Ook met deze uitbreiding van de beschikbare capaciteit zullen wat betreft de inzet gerichte keuzes in de mix van instrumenten (van communicatie tot aanwijzingen geven) moeten worden gemaakt’, geeft Koolmees aan. ‘Nederland kent namelijk rond de 650.000 inhoudingsplichtigen en bij alle inhoudingsplichtigen zou de kwalificatieproblematiek kunnen spelen. Voor de periode vanaf 2021 zal de impact van het beëindigen van het handhavingsmoratorium en de invoering van de nieuwe maatregelen ‘werken als zelfstandige’ op de Belastingdienst door uitvoeringstoetsen in kaart worden gebracht. Afhankelijk van de uitkomsten daarvan, kan verdere aanpassing van de capaciteit voor het toezicht op de kwalificatie van de arbeidsrelatie in relatie tot de loonheffing aan de orde zijn.’</p>



<p>Tot nu toe zijn ruim 8.000 modelovereenkomsten voorgelegd aan de fiscus. Daarvan is maar 23% goedgekeurd. De inspectie SZW concludeerde al eerder dat in 35% van de gevallen niet kan worden uitgemaakt of er sprake is van een echte ZZP’er of een werknemer.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Kabinet wil verbod op contante betalingen vanaf      € 3.000</title>
		<link>https://www.aan-slag.nl/belastingadvies/kabinet-wil-verbod-op-contante-betalingen-vanaf-e-3-000/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Sandra Gerritsen]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 24 Jul 2019 13:49:28 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Belastingadvies]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.aan-slag.nl/?p=3079</guid>

					<description><![CDATA[Accountancy vanmorgen Ministers Hoekstra (Financiën) en Grapperhaus (Veiligheid en Justitie) hebben een plan van aanpak opgesteld om witwassen te bestrijden. Daarbij wordt ook ingezet op het verbeteren van de signalering van fraude door accountants. Verder komt er een verbod op contante betalingen vanaf € 3.000. Accountants zullen nader onder de loep worden genomen. De naleving [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>Accountancy vanmorgen</p>



<p>Ministers Hoekstra (Financiën) en Grapperhaus (Veiligheid en Justitie) hebben een plan van aanpak opgesteld om witwassen te bestrijden. Daarbij wordt ook ingezet op het verbeteren van de signalering van fraude door accountants. Verder komt er een verbod op contante betalingen vanaf € 3.000.</p>



<p>Accountants zullen nader onder de loep worden genomen. De naleving van de antiwitwaswet moet verbeteren, aldus de brief. Er wordt samen met FIOD en NBA ingezet op betere signalering van fraude en corruptie door accountants en de capaciteit van het Bureau Financieel Toezicht (BFT) wordt uitgebreid. ‘De NBA is voornemens de aandacht op dit thema te intensiveren door verdere kennisdeling en door samen te werken rondom specifieke thema’s. Het doel is om fraude effectiever te voorkomen en bestrijden door de bewustwording van risico’s te vergroten, risico’s tijdig te detecteren en signalen en trends bespreekbaar te maken. De samenwerking tussen NBA en FIOD loopt al enige tijd en zij zal in ieder geval in 2019 nog actief zijn. Daarna blijft het initiatief de aandacht behouden, zij het dat een van de speerpunten van het thema is dat onder accountants een eigen leercirkel wordt ontwikkeld.’</p>



<p>Het BFT krijgt dit jaar € 204.000 extra om het toezicht te intensiveren. ‘Vanaf 2020 zal er structureel extra geld beschikbaar worden gesteld. Deze capaciteit zal ingezet worden op direct toezicht, op ondersteuning en samenwerking met andere partijen en op analyse.’</p>



<h2 class="wp-block-heading">Drie pijlers</h2>



<p>Het plan van Hoekstra en Grapperhaus is vooral gericht op maatregelen in de praktijk. ‘Voor het voorkomen en bestrijden van witwassen en onderliggende criminaliteit bestaat al een uitgebreid wettelijk kader’, schrijven ze. Met het plan wordende geconstateerde risico’s op een rij gezet en bestaande maatregelen aangevuld en geïntensiveerd. Dat gebeurt in drie pijlers: het verhogen van de barrières, het vergroten van de effectiviteit van de poortwachtersfunctie en het toezicht daarop en het versterken van opsporing en vervolging. ‘Deze drie pijlers kunnen niet los van elkaar bestaan.’ Als overkoepelende opgave zien de bewindsmannen het intensiveren van de samenwerking tussen het kabinet, toezichthouders, FIU-Nederland, opsporingsautoriteiten en het Openbaar Ministerie enerzijds en partijen uit de sector, zoals banken, verzekeraars en accountants, anderzijds.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Evaluatie FATF</h2>



<p>Over twee jaar wordt Nederland geëvalueerd door de Financial Action Task Force (FATF) op de maatregelen gericht op het tegengaan van witwassen en financieren van terrorisme en de effectiviteit daarvan. ‘Om de effectiviteit van ons stelsel te verhogen moeten nog een aantal stappen worden gezet, waaraan dit plan van aanpak een wezenlijke bijdrage levert. Wij willen internationaal tot de koplopers op de aanpak van witwassen behoren. De evaluatie door de FATF zien wij als een belangrijk meetmoment om dit te toetsen.’ End dit jaar wordt de TWeede Kamer geïnformeerd over de voortgang.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Plafond voor contante betalingen</h2>



<p>Onderdeel van het verhogen van de barrières is het al eerder aangekondigde openbaar register met uiteindelijk belanghebbenden (UBO) en de verplichting voor stichtingen om een staat van laten en baten en een balans te publiceren. Nieuw is een voorgesteld verbod op contante betalingen vanaf € 3.000 voor handelaren. Nu geldt nog een meldgrens voor bedragen vanaf € 10.000. ‘Doordat de regels voor contante betalingen in Nederland soepeler zijn dan in een aantal omringende landen, is het voor criminelen nu makkelijker om in Nederland via contant geld wit te wassen. Een verbod op contant geld kan bovendien tot meer traceerbaarheid leiden omdat criminelen worden gedwongen om vaker giraal te betalen.’ De meldgrens voor contante betalingen komt te vervallen. ‘Dit betekent dat voor deze meldgroep de huidige verplichtingen op grond van de Wwft worden vervangen door een verbod.’ Tevens zal in de EU worden gepleit voor afschaffen van het biljet van 500 euro.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Meer bankgegevens uitwisselen</h2>



<p>Om de samenwerking tussen private instellingen te bevorderen, willen de ministers de bestaande belemmeringen voor het delen van gegevens tussen banken wegnemen om zo beter samen te kunnen optrekken bij transactiemonitoring en het opstellen van zwarte lijsten. Bij de Autoriteit Persoonsgegevens gaan ze formeel advies vragen over het gebruik van BSN-nummers en toegang tot zowel de basisregistratie personen als het besloten gedeelte van het UBO-register. Verder wordt er een Serious Crime Taskforce (SCTF) opgericht, die zich richt op ‘het delen van witwassubjecten uit de opsporing met grootbanken en vice versa’.<br>De Wwft-toezichthouders krijgen ruimere mogelijkheden om toezichtinformatie te delen met de partners van het Financieel Expertise Centrum. Het verwijzingsportaal bankgegevens, dat opsporing betere toegang moet geven tot bankgegevens, wordt uitgebreid met met saldo- en transactiegegevens.<br>Om de opsporing en vervolging te versterken, wordt eenmalig € 100 mln ingezet; zo krijgt de politie er 171 fte bij. Justitie en Veiligheid steekt nog eens € 30 mln in het verbeteren van het afpakken van crimineel vermogen.</p>



<h2 class="wp-block-heading">DNB voor Europese toezichthouder</h2>



<p>Toezichthouder DNB verwelkomt het plan van aanpak. ‘DNB ondersteunt het voorstel om de krachten van de betrokken partijen te bundelen waarbij private en publieke instellingen effectief samenwerken. DNB vindt het ook belangrijk dat maatregelen op het terrein van cash zodanig worden vormgegeven dat de goede werking van het betalingsverkeer voor legitieme transacties niet gehinderd wordt.’ Ook het pleidooi voor een Europese AML/CFT-toezichthouder valt in goede aarde. ‘DNB vindt het belangrijk dat in het plan aandacht wordt besteed aan de capaciteit van de toezichthouders. Die capaciteit moet zodanig zijn dat zij in staat zijn om hun taken goed uit voeren, voldoende deskundigheid in huis hebben en in kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld op het gebied van technologie.’</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Versoepeling beleid bij afkoop partnerpensioen na overlijden DGA</title>
		<link>https://www.aan-slag.nl/belastingadvies/versoepeling-beleid-bij-afkoop-partnerpensioen-na-overlijden-dga/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Sandra Gerritsen]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 23 Jul 2019 13:48:07 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Belastingadvies]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.aan-slag.nl/?p=3077</guid>

					<description><![CDATA[Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft een nieuwe&#160;vraag &#38; antwoordserie&#160;gepubliceerd&#160;waarin wordt ingegaan op de situatie waarin een ingegaan partnerpensioen wordt afgekocht na overlijden van de DGA in 2016, 2017, 2018 of 2019. Doorgaans is in deze situatie de fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting voor de af te kopen aanspraak op partnerpensioen op de eindbalans van het [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft een nieuwe&nbsp;<a href="https://centraalaanspreekpuntpensioenen.belastingdienst.nl/publicaties/va-19-002-afkoopwaarde-en-afkoopkorting-bij-afkoop-ingegaan-partnerpensioen-hardheidsclausulebeleid-d-d-27062019/" target="_blank" rel="noreferrer noopener">vraag &amp; antwoordserie</a>&nbsp;gepubliceerd&nbsp;waarin wordt ingegaan op de situatie waarin een ingegaan partnerpensioen wordt afgekocht na overlijden van de DGA in 2016, 2017, 2018 of 2019.</p>



<p>Doorgaans is in deze situatie de fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting voor de af te kopen aanspraak op partnerpensioen op de eindbalans van het boekjaar 2015 lager dan de fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting voor de aanspraak op partnerpensioen op het moment van afkoop.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Maatregel te beperkend</h2>



<p>Hierdoor werkt de maatregel van artikel 38n, derde lid, Wet LB als gevolg van het moment van overlijden onbedoeld te beperkend uit. In de in het V&amp;A beschreven situatie kan een verzoek om toepassing van het hardheidsclausulebeleid worden gedaan bij het Ministerie van Financiën.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Te laat bezwaar tegen boete: zwaardere bewijslast</title>
		<link>https://www.aan-slag.nl/belastingadvies/te-laat-bezwaar-tegen-boete-zwaardere-bewijslast/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Sandra Gerritsen]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 22 Jul 2019 13:46:08 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Belastingadvies]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.aan-slag.nl/?p=3075</guid>

					<description><![CDATA[Per 1 augustus komt ook bij een bezwaar tegen een fiscale boete de bewijslast bij de belastingplichtige te liggen als die betoogt dat een termijnoverschrijding niet aan hem te wijten is. Dat blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad. Het bedrijf kreeg over 2011 een aanslag vennootschapsbelasting en een verzuimboete. Daar is bezwaar tegen [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>Per 1 augustus komt ook bij een bezwaar tegen een fiscale boete de bewijslast bij de belastingplichtige te liggen als die betoogt dat een termijnoverschrijding niet aan hem te wijten is. Dat blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad.</p>



<p>Het bedrijf kreeg over 2011 een aanslag vennootschapsbelasting en een verzuimboete. Daar is bezwaar tegen aangetekend, maar dat bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Zowel rechtbank als gerechtshof oordelen dat de aanslag tijdig op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt en dat het bezwaarschrift bijna een maand te laat is ingediend.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Bezwaar tegen aanslag opnieuw verworpen</h2>



<p>Het bedrijf stapt naar de Hoge Raad: het aanslagbiljet is niet ontvangen, waardoor het bedrijf niet in verzuim is geweest, houdt het bedrijf vol. De Hoge Raad overweegt dat wanneer een of meer besluiten zijn bekendgemaakt door toezending van een aanslagbiljet, ervan kan worden uitgegaan dat de besluiten zijn bekendgemaakt met de terpostbezorging van dat biljet. Als de belastingplichtige de verzending van het aanslagbiljet betwist, moet de Belastingdienst de verzending aannemelijk maken. Is een stuk verzonden, dan is het aannemelijk dat de belastingplichtige het stuk heeft ontvangen. Hij kan dan omstandigheden aanvoeren waardoor de ontvangst of de aanbieding van het besluit redelijkerwijs kan worden betwijfeld. Dan ligt de bewijslast weer bij de Belaastingdienst. Bij zijn uitspraak over het bezwaar tegen de aanslag heeft het Hof die uitgangspunten betrokken. Dat bezwaar wordt daarom opnieuw afgewezen.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Ontvankelijkheid bezwaar tegen boete</h2>



<p>De Hoge Raad verwijst voor de ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de opgelegde verzuimboete naar een arrest uit 1988. ‘De Hoge Raad heeft in dat arrest geoordeeld dat indien de belastingplichtige aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, stelt dat de termijnoverschrijding aan een hem niet toe te rekenen omstandigheid is te wijten, terwijl omtrent de juistheid van die stelling in rechte geen zekerheid valt te verkrijgen, eerbiediging van zijn uit artikel 6 EVRM voortvloeiende recht op toegang tot de rechter niet is gewaarborgd wanneer die onzekerheid voor zijn risico wordt gebracht. In zo’n geval zou immers de mogelijkheid open blijven dat de belastingplichtige als gevolg van een hem niet toe te rekenen omstandigheid verstoken blijft van zijn recht om het opleggen van de bestuurlijke boete aan het oordeel van de rechter te onderwerpen. Om die reden is in het arrest van 22 juni 1988 geoordeeld dat de regel volgens welke een na afloop van de gestelde termijn gemaakt bezwaar onderscheidenlijk ingesteld beroep niet-ontvankelijk is, buiten toepassing moet blijven indien de belastingplichtige aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, stelt dat, en op welke grond, de termijnoverschrijding niet aan hem is toe te rekenen; de niet-ontvankelijkheid kan dan slechts worden uitgesproken indien de onjuistheid van deze stelling wordt bewezen.’</p>



<p>Maar in de rechtspraak over verkeersboetes en bestuurlijke boetes is inmiddels een andere opvatting gebruikelijk. Daarom beslist de Hoge Raad dat er geen reden is om bij fiscale bestuurlijke boetes een afwijkende benadering te volgen. Ook het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens wijst niet in die richting. Dat betekent dat ook bij procedures over een boete de belastingplichtige moet aantonen dat de termijnoverschrijding niet aan hem is te wijten.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Nieuwe regel niet voor lopende zaken</h2>



<p>Wel gaat deze nieuwe regel pas in per 1 augustus 2019. ‘Het zou in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel indien deze thans door de Hoge Raad ook in fiscale boetezaken aanvaarde bewijsregels, aan belastingplichtigen zouden kunnen worden tegengeworpen in lopende zaken als het te laat gemaakte bezwaar of het te laat ingestelde beroep bij toepassing van de tot nog toe door de Hoge Raad aanvaarde bewijsregels ontvankelijk zou moeten worden verklaard.’</p>



<p>In de onderhavige zaak had het hof nog de bewijsregels uit het arrest van 1988 moeten hanteren om te beoordelen of de Belastingdienst heeft bewezen dat het bedrijf in verzuim is geweest. ‘Uit de uitspraak blijkt niet of het Hof dit onderzoek heeft uitgevoerd. Het heeft daarmee hetzij blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, hetzij zijn beslissing onvoldoende gemotiveerd.’ Het bezwaar tegen de boetebeschikking wordt daarom alsnog ontvankelijk verklaard.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>BPM-tarieven vanaf 1 juli 2020 gebaseerd op nieuwe CO2-testmethode</title>
		<link>https://www.aan-slag.nl/belastingadvies/bpm-tarieven-vanaf-1-juli-2020-gebaseerd-op-nieuwe-co2-testmethode/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Sandra Gerritsen]]></dc:creator>
		<pubDate>Sun, 21 Jul 2019 13:21:42 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Belastingadvies]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.aan-slag.nl/?p=3072</guid>

					<description><![CDATA[Accountancy Vanmorgen Vanaf 1 juli 2020 zullen de BPM-tarieven voor auto’s gebaseerd worden op de nieuwe CO2-testmethode WLTP, die sinds 1 september 2018 verplicht is voor alle nieuw verkochte auto’s. De BPM-tarieven zullen budgettair neutraal worden omgerekend op basis van recent onderzoek van TNO. In overleg met de autobranche komt er een ruime overgangsperiode, zodat [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<h1 class="wp-block-heading"></h1>



<p>Accountancy Vanmorgen</p>



<p>Vanaf 1 juli 2020 zullen de BPM-tarieven voor auto’s gebaseerd worden op de nieuwe CO2-testmethode WLTP, die sinds 1 september 2018 verplicht is voor alle nieuw verkochte auto’s. De BPM-tarieven zullen budgettair neutraal worden omgerekend op basis van recent onderzoek van TNO. In overleg met de autobranche komt er een ruime overgangsperiode, zodat de sector voldoende tijd heeft om zich er op voor te bereiden. </p>



<p>Hoeveel BPM autobezitters moeten betalen, hangt af van hoeveel CO2 een auto uitstoot en de tarieven van de BPM. Sinds 1 september 2018 is er een nieuwe CO2-testmethode voor personenauto’s: de Worldwide Harmonized Light Vehicle Test Procedure (WLTP). Deze methode geeft beter inzicht in het werkelijke brandstofverbruik en de CO2-uitstoot van personenauto’s dan de vorige methode. TNO heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de gevolgen van de nieuwe testmethode op de CO2-uitstoot van auto’s. Hieruit blijkt dat de CO2-uitstoot van auto’s onder deze nieuwe test gemiddeld hoger is.</p>



<p>Aan de hand van de onderzoeksresultaten van TNO worden de CO2-tarieven van de BPM per 1 juli 2020 daarom zodanig naar beneden bijgesteld, dat de BPM-opbrengst alleen als gevolg van de nieuwe testmethode niet zal stijgen. Ook de gemiddelde BPM per auto zal naar verwachting ongeveer hetzelfde blijven. Wel kan het zijn dat de BPM op sommige auto’s hoger wordt terwijl de BPM op andere auto’s lager wordt.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Vervuilender</h2>



<p>De stelling dat de BPM al in 2018 en 2019 gestegen zou zijn als gevolg van de nieuwe WLTP-testmethode wordt door het TNO-onderzoek ontkracht. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat de BPM toename het gevolg is van het feit dat nieuw verkochte auto’s in deze jaren gemiddeld vervuilender zijn, doordat zij gemiddeld zwaarder zijn en meer motorvermogen hebben. Dat leidt tot een hogere CO2-uitstoot en dus een hogere BPM. Dit staat los van de nieuwe testmethode.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Monitoren</h2>



<p>Het kabinet meldt de ontwikkelingen scherp te blijven monitoren. De omzetting wordt geregeld via een wetsvoorstel dat als onderdeel van het Belastingplan op Prinsjesdag naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. De branche heeft vervolgens een half jaar om zich voor te bereiden.</p>



<p>Bron: ministerie van Financiën</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Nieuwe kleine ondernemersregeling per 1 januari 2020</title>
		<link>https://www.aan-slag.nl/belastingadvies/nieuwe-kleine-ondernemersregeling-per-1-januari-2020/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Sandra Gerritsen]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 20 Jul 2019 13:17:13 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Belastingadvies]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.aan-slag.nl/?p=3070</guid>

					<description><![CDATA[Voorwaarden Voor de nieuwe Kor gelden veel minder voorwaarden dan voor de huidige. Hij kan dus vaker worden toegepast. De voorwaarden zijn: De ondernemer is in Nederland gevestigd of heeft hier een vaste inrichting; De omzet is niet hoger van 20.000 per kalenderjaar. Een belangrijke voorwaarde die is komen te vervallen, is dat de Kor [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<h2 class="wp-block-heading">Voorwaarden</h2>



<p>Voor de nieuwe Kor gelden veel minder voorwaarden dan voor de huidige. Hij kan dus vaker worden toegepast. De voorwaarden zijn:</p>



<ul class="wp-block-list"><li>De ondernemer is in Nederland gevestigd of heeft hier een vaste inrichting;</li><li>De omzet is niet hoger van 20.000 per kalenderjaar.</li></ul>



<p>Een belangrijke voorwaarde die is komen te vervallen, is dat de Kor alleen door natuurlijke personen of samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen kan worden toegepast. Een voorwaarde die mijns inziens in strijd was met de rechtsvormneutraliteit die in de btw geldt. Dit betekent dat ook rechtspersonen, onder andere verenigingen en stichtingen, de nieuwe regeling kunnen toepassen. Voorwaarde is wel dat de ondernemer in Nederland gevestigd is, of in Nederland een vaste inrichting heeft.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Voor- en nadelen</h2>



<p>Het toepassen van de Kor brengt met zich mee dat ter zake van verrichte leveringen en diensten geen btw in rekening mag worden gebracht aan afnemers. Dit kan een prijsvoordeel opleveren als wordt geleverd aan personen die niet aftrekgerechtigd zijn. De keerzijde is dat een ondernemer die de Kor toepast geen recht heeft op aftrek van voorbelasting. Dit betekent dat vooraf goed in kaart moet worden gebracht of het toepassen van de Kor wenselijk is. Als een ondernemer ervoor kiest om de Kor toe te passen en later blijkt dat een ondernemer in het desbetreffende jaar meer btw heeft betaald aan leveranciers dan aan afnemers in rekening is gebracht, dan kan niet worden verzocht om een teruggaaf.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Eindelijk Kor voor kleine ondernemers</h2>



<p>Door het invoeren van een omzetgrens wordt de Kor eindelijk een regeling voor kleine ondernemers. De huidige regeling kan namelijk ook worden toegepast door ondernemers met een omzet van een miljoen, omdat niet wordt aangesloten bij de omzet, maar bij de afdracht.</p>



<p>De omzetgrens geldt enkel voor leveringen en diensten die plaatsvinden in Nederland, ongeacht welk btw-tarief van toepassing is en of de heffing van btw is verlegd naar de afnemer. De omzet die wordt behaald met leveringen en diensten die niet in Nederland plaatsvinden, worden hierbij niet meegenomen.</p>



<p>De omzetgrens geldt per kalenderjaar. Dit betekent dat een ondernemer die in december van een bepaald jaar startgebruik kan maken van de Kor als zijn omzet in december maximaal 20.000 euro bedraagt.</p>



<p>In beginsel wordt alleen de btw-belaste omzet meegenomen. De omzet van bepaalde in de wet genoemde prestaties moet echter ook worden meegenomen. In de wet worden in dit kader de volgende prestaties genoemd:</p>



<ul class="wp-block-list"><li>Levering en verhuur van onroerende zaken;</li><li>Financiële diensten op het gebied van het betaalverkeer;</li><li>De handel in effecten;</li><li>Kredietverlening;</li><li>Verzekeringen.</li></ul>



<p>De omzet in het kader van vrijgestelde prestaties die hierboven niet worden genoemd, wordt voor toepassing van de Kor niet in aanmerking genomen.</p>



<p>Verder wordt tot de omzet meegerekend: de omzet in het kader van uitvoer van goederen of plaatsen van de goederen onder de regeling douane-entrepot in het kader van hun menslievende, liefdadige of opvoedkundige werk buiten de Unie, waarvoor een btw-teruggaaf wordt verleend. Als prestaties worden verricht en enkel btw is verschuldigd uit de winstmarge, bijvoorbeeld bij toepassing van de reisbureauregeling en de margeregeling voor gebruikte goederen, wordt enkel de winstmarge als omzet in aanmerking genomen.</p>



<p>Als door een Kor-ondernemer op enig moment de omzetgrens wordt overschreden, vervalt op dat moment de toepassing van de Kor. Alle reguliere btw-regels, onder andere het in rekening brengen van btw en het doen van btw-aangifte, gaan vanaf dat moment gelden.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Uitgezonderde prestaties</h2>



<p>De Kor is niet van toepassing op de levering van nieuwe vervoermiddelen die door of voor rekening van de ondernemer of afnemer worden verzonden ov vervoerd naar een plaats in een andere lidstaat in het kader van de levering aan de afnemer. Ook is de Kor niet van toepassing op de levering van onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen en die door de ondernemer in zijn bedrijf is gebruikt. De Kor-ondernemer kan niet worden aangewezen voor voldoening van de bij invoer verschuldigde btw op aangifte. Met andere woorden: een Kor-ondernemer krijgt geen artikel 23-vergunning.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Aanmelden voor 3 jaar</h2>



<p>Het toepassen van de Kor blijft optioneel. Anders dan de huidige regeling moet een ondernemer die vanaf 1 januari 2020 de Kor wil toepassen, zich hiervoor aanmelden bij de Belastingdienst.</p>



<p>Aanmelden kan vanaf 1 juni 2019 middels een formulier, welke te vinden is op de website van de fiscus. Op de website geeft de Belastingdienst aan dat ondernemers die vanaf 1 januari 2020 de regeling willen toepassen ervoor moeten zorgen dat het formulier uiterlijk 20 november 2019 bij de Belastingdienst binnen is. Als een ondernemer het na 1 januari 2020 wil toepassen, adviseert de Belastingdienst om uiterlijk vier weken voor de ingangsdatum van het aangiftetijdvak het formulier aan de Belastingdienst te sturen, in verband met een verwerkingsperiode van vier weken.</p>



<p>Ondernemers die voor invoering van de nieuwe Kor al een ontheffing voor de administratieve verplichtingen hebben, hoeven zich niet aan te melden. Deze worden door de Belastingdienst automatisch aangemeld. Ondernemers die ervoor kiezen om de Kor toe te passen doen dit voor minimaal drie jaar. Toepassing van de Kor komt ook te vervallen op het moment dat de omzetgrens van 20.000 euro wordt overschreden. Dit moet direct aan de Belastingdienst worden gemeld.</p>



<p>Ondernemers die automatisch worden aangemeld voor de nieuwe Kor, omdat deze ontheffing hebben voor de administratieve verplichtingen, kunnen zich op ieder moment afmelden. Let wel dat na afmelding de Kor vanaf het moment van afmelding drie jaar niet kan worden toegepast.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Verplichtingen</h2>



<p>Kor-ondernemers zijn ontheven voor het doen van btw-aangifte en listing. Ook geldt een ontheffing voor de administratieve verplichtingen van de Wet OB. Voor de inkopen geldt overigens wel een administratieplicht. De Kor-ondernemer kan volstaan met het bewaren van de aan hem uitgereikte facturen.</p>



<p>De ontheffing voor aangifte- en administratieve verplichtingen geldt niet voor prestaties die een ondernemer afneemt en waarvoor de btw-heffing naar hem is verlegd. De Kor-ondernemer moet hiervoor btw-aangifte doen en de verschuldigde btw aan de Belastingdienst afdragen. Ook gelden in dit kader alle administratieve verplichtingen.</p>



<h2 class="wp-block-heading">Nu al starten</h2>



<p>De Kor brengt een hoop wijzigingen met zich mee. Ondanks dat het nog een half jaar duurt voordat deze in werking treedt, verdient het de aanbeveling om nu al na te gaan of u al dan niet in aanmerking komt voor toepassing van de nieuwe Kor en natuurlijk of dit wenselijk is. Eventuele aanmeldingen kunnen op dit moment al worden gedaan.</p>



<p><em><br>Deze blog komt uit het Nextens Belasting Magazine van juli 2019</em></p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Studiekosten aftrek ook nog in 2020</title>
		<link>https://www.aan-slag.nl/belastingadvies/studiekosten-aftrek-ook-nog-in-2020/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Sandra Gerritsen]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 19 Jul 2019 09:49:27 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Belastingadvies]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.aan-slag.nl/?p=3063</guid>

					<description><![CDATA[De aftrekbaarheid van studiekosten in de aangifte inkomstenbelasting blijft ook in 2020 nog bestaan. De nieuwe subsidieregeling is namelijk een jaar uitgesteld. De nieuwe regeling is het Stap-budget, waarmee een ontwikkelbudget kan worden aangevraagd van maximaal € 2.000 per jaar. Dit budget is bedoeld voor mensen die een cursus volgen, gericht op loopbaanontwikkeling of betere [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>De aftrekbaarheid van studiekosten in de aangifte inkomstenbelasting blijft ook in 2020 nog bestaan. De nieuwe subsidieregeling is namelijk een jaar uitgesteld. De nieuwe regeling is het Stap-budget, waarmee een ontwikkelbudget kan worden aangevraagd van maximaal € 2.000 per jaar. Dit budget is bedoeld voor mensen die een cursus volgen, gericht op loopbaanontwikkeling of betere inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Aanmelden kan (waarschijnlijk) via een online loket bij het UWV.</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Betere positie werknemers bij doorstart onderneming</title>
		<link>https://www.aan-slag.nl/belastingadvies/betere-positie-werknemers-bij-doorstart-onderneming/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Sandra Gerritsen]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 18 Jul 2019 09:46:15 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Belastingadvies]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.aan-slag.nl/?p=3060</guid>

					<description><![CDATA[Alle werknemers van een failliete onderneming komen na een doorstart in principe onder dezelfde arbeidsvoorwaarden in dienst bij de nieuwe eigenaar. Alleen als er bij de overgang arbeidsplaatsen verdwijnen en dit het gevolg is van bedrijfseconomische omstandigheden, wordt hiervan afgeweken.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>
















Alle werknemers van een failliete onderneming komen na een doorstart in
principe onder dezelfde arbeidsvoorwaarden in dienst bij de nieuwe eigenaar.
Alleen als er bij de overgang arbeidsplaatsen verdwijnen en dit het gevolg is
van bedrijfseconomische omstandigheden, wordt hiervan afgeweken. 



</p>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
